“Mighty Rough Times” *

Op 7 mei 1955 werd in Belzoni, Mississippi, een aanslag gepleegd op de zwarte dominee George W. Lee. Een man die zich onvermoeibaar inzette voor de strijd voor gelijke burgerrechten en niet wilde wijken voor bedreigingen en intimidatie. Dominee Lee overleefde de aanval niet en wordt gezien als het eerste slachtoffer van de burgerrechtenstrijd.
George W. Lee ligt begraven op het kerkhof van de Greengrove Baptist Church in Belzoni, een stadje in het hart van de Mississippi Delta. Toen we in 2007 in de brandende hitte op zoek gingen naar zijn graf werden we al vrij snel te hulp geschoten door twee mannen. Eén van hen was in 1954 in ‘Bloody Belzoni’ komen wonen en had dominee George Lee nog gekend. Ja, voor de zwarte bevolking waren dat destijds ‘mighty rough times’.

Succesvol ondernemer.
George W. Lee werd geboren in 1904 en groeide op in Edwards, Mississippi, in moeilijke, armoedige omstandigheden. Lee was een ambitieuze doorzetter en slaagde er ondanks zijn achtergrond in om zijn schoolopleiding af te ronden, iets wat in die tijd voor een zwarte tamelijk ongewoon was.
Toen hij als jonge man in de havens van New Orleans werkte deed hij nog een schriftelijke opleiding tot drukker, iets wat hem later nog goed van pas zou komen.
In de jaren dertig keerde Lee terug naar de Mississippi delta en vestigde zich in Belzoni.

George W. Lee ontwikkelde zich tot een succesvol ondernemer; hij had een goed lopende kruidenierszaak en samen met zijn vrouw runde hij ook nog een drukkerijtje. Hij preekte in een viertal kerken en was vermoedelijk de eerste Afro-Amerikaan die zich in Humphreys County liet registreren om te kunnen stemmen, ondanks het feit dat de meeste inwoners zwart waren.
In 1953 richtten George W. Lee en Gus Courts, beide eigenaar van een kleine kruidenierszaak in Belzoni, een afdeling van de NAACP op, de National Association for the Advancement of Colored People. De NAACP is één van de oudste burgerrechtenorganisaties in de Verenigde Staten. De organisatie werd in 1909 opgericht ten behoeve van de emancipatie van Afro-Amerikaanse burgers, die met name in de zuidelijke staten op alle fronten tweederangs burgers waren. In veel zuidelijke staten had men stemrecht beperkende maatregelen ingevoerd, in de vorm van o.a. taaltoetsen en belastingen. De minst opgeleide en armste (lees: zwarte) inwoners waren veelal niet in staat om aan die voorwaarden te voldoen en werden daardoor uitgesloten van stemrecht. Deze staatswetten werden overigens pas in 1964 ongrondwettig verklaard.

Doodsbedreigingen en boycots.
Via de kansel en met behulp van zijn drukpers probeerde hij mensen in de vroege jaren vijftig te overtuigen van het belang van stemrecht voor de Afro-Amerikanen in Belzoni. Dominee Lee was er van overtuigd dat de sleutel tot verbetering van de positie van de zwarte bevolking lag in de uitoefening van het stemrecht. Hij gaf daarbij zelf het goede voorbeeld en Lee en Courts – de laatste was voorzitter van de NAACP-afdeling in Belzoni – slaagden er in steeds meer zwarten in Humphreys County over de streep te trekken om zich te laten registreren. Er was veel moed voor nodig om die stap te zetten, want men werd geconfronteerd met beschimping, bedreiging, vernielingen, verlies van baan, openlijk geweld en aanslagen.

Toen dominee Lee daadwerkelijk wilde gaan stemmen weigerde county sheriff Ike Shelton zijn belastingbijdrage te accepteren. Dominee Lee bracht dit ter kennis van de federale autoriteiten en kreeg vervolgens alsnog toestemming om te gaan stemmen. Maar dat zette veel kwaad bloed bij de blanke inwoners en het lokale gezag van Belzoni.

Lee was ook vice president van de Regional Council of Negro Leadership, een vooraanstaande zwarte organisatie in Mississippi. De Council voerde actie voor stemrecht en organiseerde o.a. een succesvolle boycot tegen benzinestations die weigerden aparte toiletten voor zwarten in te richten. Medgar Evers werkte als veldwerker bij de organisatie en werd zelf in 1963 het slachtoffer van een aanslag.
Lee en Courts werden herhaaldelijk het doelwit van bedreiging en intimidatie door de White Citizen’s Council, een blanke organisatie met sterke Ku Klux Klan-invloeden. In veel steden in het zuiden werden White Citizen’s Councils opgericht om de blanke belangen veilig te stellen en de emancipatie van Afro-Amerikanen te blokkeren.
Dominee Lee stond in 1955 voor de moeilijke beslissing zijn zaak eventueel op te doeken, omdat de White Citizen’s Council hem het werken vrijwel onmogelijk maakte. Boycots en intimidatie van klanten en leveranciers misten hun uitwerking uiteindelijk niet.

In april 1955 sprak Lee een menigte van meer dan 7.000 mensen toe in Mound Bayou, het voor ruim 99 % uit zwarten bestaande stadje in de Mississippi delta. Dominee Lee toonde zich daar een gedreven spreker, die de menigte in vervoering wist te brengen. “Bid niet voor uw vader en moeder”, zei Lee, “zij zijn inmiddels in de hemel, maar bid dat u deze hel op aarde overleeft!”.
Nog geen maand later, op 7 mei 1955, werd dominee Lee vermoord.

Op de ochtend van 7 mei 1955 kwamen twee blanke mannen de kleine kruidenierszaak van George Lee binnen. Zijn vrouw Rosebud lag ziek in bed en hoorde slechts flarden van het gesprek, maar ze begreep daaruit wel dat haar man te horen kreeg dat hij maar beter kon stoppen met het registreren van zwarten in Humphreys County om te stemmen. Hij zou er bovendien verstandig aan doen zijn eigen naam uit het register van stemgerechtigden te laten halen. Toen ze vertrokken waren vroeg zijn vrouw wat de mannen wilden. Dominee Lee antwoordde dat het verkopers waren die hem spullen voor de winkel wilden verkopen.
Later die middag hoorde mevrouw Lee dezelfde mannen weer met haar echtgenoot praten. Opnieuw probeerde hij zijn vrouw gerust te stellen door te zeggen dat het gewoon verkopers waren. Even later zei dominee Lee tegen zijn vrouw dat hij de winkel iets eerder dicht ging doen omdat hij nog even een pak bij de stomerij wilde ophalen.
Rosebud Lee was er achteraf van overtuigd dat haar man het huis verliet om haar te behoeden voor een aanslag.

Een laffe moordaanslag.
In Church Street, niet ver van zijn huis, werd dominee Lee in zijn auto onder vuur genomen. Lee’s auto belandde in de tuin van een vrouw die aanvankelijk zei dat ze de auto van de daders had gezien, maar zich later bedacht en zei ze dat ze niets had gezien.
George Lee overleed nog voordat hij in het ziekenhuis kon worden gebracht. En alhoewel zijn gezicht gedeeltelijk was weggeblazen verklaarde de lijkschouwer dat de dood van Lee het gevolg was van het auto ongeluk. Toen hem een verklaring werd gevraagd voor de vele tientallen stukjes lood in het gezicht en de nek van Lee werd dat afgedaan met de opmerking dat het vullingen waren.
En toen het gerucht ging dat ook in de banden van de auto restanten van een schot hagel waren gevonden, bracht sherriff Ike Shelton het verhaal naar buiten dat dominee Lee een buitenechtelijke verhouding had en dat een rivaal hem had vermoord.

Ondanks tegenwerking van de sheriff en de gouverneur stelde het ministerie van justitie een onderzoek in.
Rosebud Lee besloot dat de kist met het verminkte lichaam van haar man tijdens de begrafenisceremonie open moest blijven en daardoor kreeg de zaak flink wat landelijke media aandacht. De moeder van de vermoorde 15-jarige Emmett Till zou later dat jaar het zelfde doen waardoor de zaak de aandacht trok van de wereldpers en Emmett Till het symbool werd van de gruwelijke onderdrukking van de zwarte bevolking in het zuiden van de Verenigde Staten.

Medgar Evers en andere burgerrechtenwerkers probeerden de daders te traceren en de publieke aandacht voor de zaak vast te houden, maar na verloop van tijd hield de FBI het voor gezien. Uit een in 2000 openbaar gemaakt FBI-dossier bleek dat er tal van aanwijzingen in de richting van twee potentiële daders, maar dat de openbare aanklager ter plekke weigerde de zaak voor de rechter te brengen. De twee vermoedelijke daders overleden in de jaren ’70.

De moord op ds. Lee blijkt achteraf een belangrijk omslagpunt te zijn. Zijn vasthoudend hameren op het belang van stemrecht voor de Afro-Amerikaanse, zou velen inspireren en uiteindelijk in 1965 leiden tot het aannemen van de Voting Rights Act, de wet waarin het stemrecht van iedereen werd gewaarborgd.