Drivin’ Dixie – dag 4 t/m 6

Drivin’ Dixie 4:
Vandaag de William J. Clinton Presidential Library in Little Rock, Arkansas bezocht. Een imposant gebouw waar de verdiensten van Bill breed worden uitgemeten. Hij was zonder meer een van de meest succesvolle presidenten ooit, zeker waar het ging om zijn economische beleid. Maar zoals dat meestal gaat, verandert er voor de laagste sociaal-economische klassen niet zo bijster veel en worden de successen die wel worden bereikt op dat terrein weer grotendeels teniet gedaan door zijn opvolger in het Witte Huis. George W. Bush.
In Little Rock bezochten we ook nog de Central High School National Historic Site. Central High was in 1957 wereldnieuws toen negen zwarte jongens en meisjes, bekend geworden als The Little Rock Nine, toegang wilden krijgen tot de school. President Eisenhower stuurde het leger naar Little Rock om de ontstane onlusten de kop in te drukken en de veiligheid van de zwarte inwoners te garanderen. Een aangrijpend stukje geschiedenis.
Via Rock ‘n’ Roll Highway 67 zijn we uiteindelijk beland in Jonesboro, Arkansas. In de jaren vijftig traden in de vele clubs en bars langs het stuk highway ten noorden van Newport veelvuldig artiesten op als Johnny Cash, Elvis Presley, Roy Orbison, Jerry Lee Lewis, Conway Twitty en Sonny Burgess. In Newport zijn we op zoek gegaan naar het Rock ‘n’ Roll Highway 67 Museum. Het museum wordt bijna nergens vermeld en de eigenaar was dan ook behoorlijk verrast dat we nog net voor sluitingstijd zijn museum binnen wandelden. Gastvrij als de Amerikanen zijn kregen we toch nog alle tijd om het museum te bekijken. Nu is museum misschien een groot woord voor deze privé verzameling foto’s en affiches, maar de eigenaar heeft grote plannen. Dat is mooi.

Drivin’ Dixie 5:
Mijn eerdere reizen naar het diepe zuiden waren altijd in april/mei/juni en nooit eerder zag ik de uitgestrekte witte katoenvelden in de Mississippi Delta. Nu is het zo’n beetje oogsttijd en op veel plekken wordt al druk gewerkt om de katoen binnen te halen. En her en der worden de velden in brand gestoken.
Vanochtend bezochten we Dyess in noordoost Arkansas. In 1934 werd hier de Dyess Colony gevestigd, een initiatief van president Eisenhower. In de kolonie kregen 500 gezinnen de kans om aan de armoede en werkloosheid te ontsnappen die het gevolg waren van de crisis die in de jaren dertig heerste. Door hard te werken op het land kon men een goed bestaan opbouwen. Een van de gezinnen die zich daar vestigden was de familie Cash en de kleine Johnny groeide dus op in deze kleine gemeenschap. Het huis waarin hij opgroeide is bewaard gebleven en biedt een zeer authentieke kijk op het plattelandsleven in de jaren dertig/veertig.
Het levensverhaal van Myrtle Lawrence was voor mij de aanleiding om naar Tyronza te gaan, naar het Southern Tenant Farmers Museum in Tyronza, Arkansas. In Tyronza werd in 1934 het initiatief genomen tot het oprichten van een vakbond voor de landarbeiders, waarvan velen in erbarmelijke omstandigheden verkeerden. Het was een vakbond voor iedereen, dus geen onderscheid tussen blank en zwart, en vrouwen konden gewoon naast de mannen leidinggevende functies bekleden in de bond.
* Het verhaal van Myrtle Lawrence is hier te vinden.

Drivin’ Dixie 6:
Gisteren aan het eind van de dag kregen we een lekke band. Alamo regelde binnen een kwartier een vervangende auto en vanmorgen konden we de auto in Memphis omruilen. 
Voor we Memphis achter ons lieten bezochten we het National Civil Rights Museum, gevestigd in het voormalige Lorraine Motel. Tot in de jaren ’60 was het een van de weinig motels voor Afro-Amerikanen. Zwarte artiesten als Ray Charles, Louis Armstrong, Otis Redding en Aretha Franklin, die in Beale Street optraden of in de nabij gelegen Stax studio werkten, verbleven meestal in het Lorraine. Het verhaal wil dat soulzanger Wilson Pickett en Stax’ steunpilaar Steve Cropper in 1965 door producer Jerry Wexler met een fles whiskey in een motelkamer in het Lorraine werden neergezet om een song te componeren. In die sessie zou het nummer In The Midnight Hour tot stand zijn gekomen. Het bezingen van het middernachtelijk uur waarop de liefde een hoogtepunt bereikt legde Pickett geen windeieren. Het werd zijn grote doorbraak.
Ook dr. Martin Luther King verbleef veelvuldig in het Lorraine Motel, tot hij er op 4 april 1968 zijn einde vond. Tegenwoordig is het dus een museum over de lange strijd voor gelijke burgerrechten.
Het is een indrukwekkend museum, maar niet iedereen is er blij mee. Op de stoep schuin tegenover het museum sprak ik met Jacqueline Smith, die al meer dan 28 jaar actie voert tegen het museum. Met haar eenzame verzet richt ze haar pijlen vooral op de bestuurders en projectmanagers die slechts geïnteresseerd zijn in het grote geld. Een school, een kliniek, goede en betaalbare huizen, dat was meer in overeenstemming geweest met de droom van Martin Luther King dan het museum, aldus Jacqueline. Ik vertelde haar dat ik in mijn boek ‘Reizen door het land van de blues’ aandacht heb besteed aan haar langdurige verzet en ze was duidelijk aangenaam getroffen.
Aan het eind van de dag hebben we onze intrek genomen in een hotel in Robinsonville, in het noorden van Mississippi.

< Terug                                                                                                             Vervolg reisverslag >