Drivin’ Dixie – dag 1 t/m 3

Drivin’ Dixie
is het verslag van een reis
door het diepe zuiden van de
Verenigde Staten van 1 tot 17 oktober 2016.

Drivin’ Dixie 1:
Na negen uur vliegen en een autorit van 2 uur hebben we vanavond ingecheckt in een motel in Centerville in oostelijk Texas. Het is een dorp van nog geen duizend inwoners, gelegen aan de Interstate 45 halverwege Houston en Dallas, waar weinig vermeldenswaardige hoogtepunten over te melden zijn. Behalve dan misschien dat in 1902 Lightnin’ Hopkins in dit gehucht werd geboren. Als bluesgitarist verwierf Hopkins faam rond de wereld en deelde in de jaren ’60 zelfs nog het podium met rockbands als the Grateful Dead en Jefferson Airplane. Maar hier in de bible belt werd zijn muziek niet erg op prijs gesteld. Dat krijg je er van als je zingt over vrouwen, vechten, gokken en het gevangenisleven, onderwerpen waarover hij uit ervaring wel iets te melden had.
De eerste Texaan die ik in Centerville aanspreek, vraagt me natuurlijk waarom wij naar Texas zijn gekomen? Well, antwoord ik, it’s always fun to be in Texas, right? Schot in de roos natuurlijk. Ze zijn er trots op Texaan te zijn, dat is duidelijk. En alhoewel er met grote letters GOD BLESS AMERICA op hun BBQ-wagen staat, maken ze duidelijk dat ze ‘Amerika’ eigenlijk helemaal niet nodig hebben. Texas kan zijn eigen boontjes wel doppen: In Texas we take care of ourselves. We don’t need no one else. Duidelijke taal.

Drivin’ Dixie 2:
In Wortham, onderweg naar Dallas, bezoeken we de voormalige Wortham Negro Cemetery, tegenwoordig de Blind Lemon Memorial Cemetery. Het is een heel kleine begraafplaats waar de meeste grafstenen nauwelijks zijn terug te vinden tussen het hoge gras. Blind Lemon Jefferson, zanger/gitarist in het blues/gospel repertoire. Zijn populariteit in de jaren ’20 steeg tot grote hoogte. In 1929 werd hij op dit zwarte kerkhof begraven. ‘Father of the Texas Blues’ wordt hij wel genoemd, maar hij belandde in een ongemarkeerd graf. In 1997 werd achterin de begraafplaats een herdenkingssteen geplaatst.

De First Presbyterian Church in Dallas heeft jaren geleden het pand 508 Park Avenue aangekocht en daarmee behouden voor een aanstaande sloop. 508 Park is het gebouw waar Robert Johnson in 1937 zijn laatste opnamesessie deed. Hij overleed een jaar later op 27-jarige leeftijd.
In 2012 was ik bij de start van het project om het gebouw om te toveren in een plek waar volop ruimte is voor artistieke en culturele activiteiten(*). Een Museum of Street Culture moet onder meer onderdeel worden van dit project. De executive director van 508 Park biedt ons een uitvoerige persoonlijke rondleiding aan door het nog lege gebouw en vertelt over alle plannen voor de toekomst. Op de plek waar de studio stond in de jaren dertig, luisteren we naar opnames van country-legende Bob Wills, Robert Johnson en enkele anderen die hier in de hitte hun muziek lieten vastleggen.
Alsof het nog niet genoeg was biedt ook de development director van The Stewpot ons een rondleiding aan. The Stewpot is eveneens een project van de First Presbyterian Church, Ze vertelt over alle concrete hulp en advies die aan de thuislozen wordt geboden, van de 1000 maaltijden die er per week worden geserveerd tot de gratis medische hulp. Op de kunstafdeling zijn de gangen behangen met schilderijen die door de daklozen zijn gemaakt.
Maar voordat al deze verrassingen ons ten deel vielen, woonden we nog een openluchtdienst van de Presbyteriaanse kerk in het nieuwe amphitheater bij, The Blessing of the Animals. Alle aanwezige honden werden stuk voor stuk door dominee Bruce Buchanan gezegend.

(*) Over mijn bezoek aan 508 Park in 2012 heb ik uitvoerig geschreven in mijn boek ‘Reizen door het land van de blues‘.

Drivin’ Dixie 3:
In het noordoosten van Texas ligt het plaatsje De Kalb (uit te spreken als Die Kelb). Een op het oog vrij onbetekenende plaats, ware het niet dat hier het Williams House Museum staat. Een museum waar alles wat ook maar enigszins met de geschiedenis van De Kalb te maken heeft, is samengebracht. Het is er een gezellig rommeltje.
Het museum heeft een display over Ricky Nelson, de man die voor mij met ‘Hello Mary Lou’ de deur wagenwijd openzette naar de rockmuziek van de jaren zestig. Op oudjaarsdag 1985 stortte hij vlakbij De Kalb met zijn vliegtuigje neer. Het staartstuk van het vliegtuigje behoort nu tot de topstukken van het museum. En dan blijkt ook folkzanger Lead Belly nog een connectie te hebben met De Kalb. Hij verbleef lange tijd in de regio en schreef onder meer DeKalb Blues.
Een gebeurtenis waar heel veel plaatselijke musea goede sier mee maken is een optreden van Elvis in de beginperiode van zijn carrière. In 1955 trad hij op in de De Kalb Highschool gym. Het optreden kostte één dollar en daarvan kreeg Elvis een kwartje. De rest ging naar de Lions Club van De Kalb.
Tenslotte eert het museum ook nog Dan Blocker, die in De Kalb is geboren en er ook begraven is. Geen idee wie dat is? Voor de iets oudere lezer ongetwijfeld bekend: Hoss Cartwright van de tv-serie Bonanza!
Aan het eind van de dag zoeken we een motel in Little Rock, hoofdstad van Arkansas.

Vervolg van de reis ->