Search
zaterdag 19 mei 2012 ..:: Home » gone but not forgotten » februari ::..   Login
   Minimize







Gone but not forgotten:

januari
februari maart
april mei juni
juli
augustus
september
oktober
november
december

 










 

 

 

Februari

3-2-1959: The Day The Music Died.
Het zijn grote woorden die Don McLean gebruikt in zijn hitsong 'American Pie' als hij verwijst naar het vliegtuigongeluk waarbij Buddy Holly, Ritchie Valens en The Big Bopper (J.P. Richardson) om het leven kwamen. Maar het illustreert wel de enorme impact die deze dramatische gebeurtenis had.
Midden in een drie weken durende winterse tour komt de tourbus aan in Clear Lake, Iowa, voor een optreden. Buddy Holly - de hoofdact van deze tour - is het oncomfortabele reizen in een koude tourbus meer dan zat en besluit om na het optreden een vliegtuig te charteren naar de volgende bestemming. De begeleidingsband van Holly zou met hem meevliegen, maar de latere country icoon Waylon Jennings besluit zijn plaats in het kleine vliegtuigje af te staan aan de grieperige Richardson. Tommy Allsup, de andere begeleider van Holly, tosst met Ritchie Valens om een plek in het vliegtuigje. Valens wint ...
Dion di Mucci die ook optreedt in deze tour kan ook meevliegen, maar kiest voor een plek in de tourbus. De $36 die hij moet neertellen voor de vlucht is gelijk aan de maandhuur die zijn ouders voor hun appartement betalen en dat kan hij voor zichzelf niet verantwoorden.
Na een succesvol optreden in de Surf Ballroom in Clear Lake stappen de artiesten kort na middernacht in het vliegtuigje en vertrekken voor een korte vlucht naar de volgende bestemming:  Fargo, North Dakota.
Door de hevige sneeuwval ondervindt de piloot navigatieproblemen en niet ver van het vliegveld slaat het vliegtuigje tegen de grond. De drie jonge, veelbelovende artiesten worden uit het vliegtuig geslingerd. Niemand overleeft het ongeluk.


9-2-1997: Met het heengaan van de 92-jarige Jack Owens verdwijnt een van de laatste links met een tijd waarin de blues ontstond.
Owens, geboren in 1904, leeft en werkt zijn hele leven in de kleine gemeenschap Bentonia in Mississippi, een dorp dat een bijzondere plek inneemt in de geschiedenis van de Delta-blues. Een relatief klein gebied was de broedplaats voor verschillende opmerkelijke bluesartiesten als Skip James, Henry Stuckey, Bud Spires en Jack Owens, musicerend in een traditie die nu wordt voortgezet door Jimmy 'Duck" Holmes.
De analfabeet Owens leert op jonge leeftijd fife(*) spelen, maar schakelt na een tijdje over op gitaar. Door de week werkt hij op het land en in het weekend fungeert zijn huis als juke joint met als standaard ingrediënten de home-made barbecue, zelf gestookte whiskey en urenlang dansen op live-muziek.
Jack Owens wordt eind jaren '60 ontdekt door musicoloog David Evans, die Owens' stijl omschrijft als een zeer krachtige en complexe stijl verankerd in een sterke folk traditie.
Jack Owens' enige album "It Must Have Been The Devil" verschijnt in 1971 en daarop speelt ook de blinde mondharmonicaspeler Budd Spires mee. Pas na 1985 gaat Owens toeren en oogst hij ook buiten Bentonia de nodige successen.


26-2-2003: Othar Turner, een van de laatste grote vertolkers van de fife-and-drum traditie overlijdt op 95-jarige leeftijd. De fife-and-drum is een soort pre-blues muziek die je terug voert naar de Afrikaanse roots van de slavenbevolking.
Zijn hele leven is hij boer in de buurt van Como in het heuvelachtige noorden van Mississippi en op zijn 16de begint hij met fife spelen(*). In de jaren '60 wordt Othar Turner voor de buitenwereld "ontdekt", maar hij speelt dan al vele jaren vooral op parties en picnics in de omgeving met zijn eigen band The Rising Star Fife and Drum Band. De band bestaat door de jaren heen voornamelijk uit familieleden van Turner en met name zijn drummende dochter Bernice speelt een belangrijke rol in de band.
Vermaard zijn de Labor Day picnics die hij jaarlijks vanaf de jaren '50 organiseert en die van een kleine familie-aangelegenheid uitgroeien tot een evenement waar mensen van over de hele wereld op af komen. Vanaf de jaren '60 worden verschillende malen opnames van Turner gemaakt maar zijn eerste album "Everybody Hollerin' Goat" verschijnt pas in 1998 en maakt grote indruk. In 2000 verschijnt zijn tweede album "Senegal to Senatobia", waarvan de titel nadrukkelijk verwijst naar de Afrikaanse oorsprong van de fife-and-drum traditie. Beide albums zijn geproduceerd door Luther Dickinson, prominent lid van de North Mississippi Allstars en zoon van de legendarische producer Jim Dickinson.
Op de dag dat Turner sterft, overlijdt ook zijn dochter Bernice en op hun gezamelijke uitvaart wordt The Rising Star Fife and Drum Band aangevoerd door Othar's 13-jarige kleindochter Shardé Thomas.


(*) de fife is een eenvoudige fluit, gemaakt van een (suikerriet-)stengel. De fife wordt gezien als een direct overblijfsel van de door slaven meegebrachte Afrikaanse cultuur. Met name in het noordoosten van Mississippi leeft de fife-and-drum traditie nog voort.

terug


 

 

 

  




 


 

 

 

 

 


 


 Print   
Copyright 2008 by Johan Spin