Search
vrijdag 10 september 2010 ..:: Historie » ongeschoolde arbeid ::..   Login
 Inhoud van de genealogie site Minimize

HULP GEVRAAGD BIJ:
ZOEKTOCHT NAAR BIOLOGISCHE VADER
 



De genealogische informatie op deze site bestaat uit de volgende onderdelen:

1. Historische context:
Een schets van de woon-, leef- en werksituatie van de meeste voorouders, geplaatst in de regionale context van Noordwest Overijssel, Zuidwest Drenthe en Zuidoost Friesland. 
a. Armoede troef 
b. Ongeschoolde arbeid
c. Slechte voeding & drankmisbruik
d. Analfabetisme & slechte gezondheid
e. Kinderarbeid & lange werkdagen
f. De watersnoodramp van 1825
g. De migratie naar Twente
h. De Nationale Militie
i. Trouwen voor het gerecht
j. Verwarring door officiële documenten

2. Stamboom:
Hier zijn alle verzamelde persoonsgegevens gerangschikt per generatie in de vorm van een parenteel. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke afstammingslijnen worden dus gevolgd.
a. Generatie 1
     De zoektocht naar Albert Hendriks
b. Generatie 2
c. Generatie 3
d. Generatie 4
e. Generatie 5
f. Generatie 6
g. Generatie 7 e.v.

3. Personen en gebeurtenissen:
Een verzameling  bijzondere verhalen over personen en gebeurtenissen. De verwijzingen daarnaar bevinden zich in de kleine kaders op de genealogie homepage.

4. De naamkwestie:
Over de familienaam Spin is in het verleden nogal wat te doen geweest. Ook de mogelijke herkomst van de naam roept de nodige vraagtekens op.
a. Spin of Damhuis
b. Naamsaanneming
c. De naam Spin
d. De naam Dammeijer

5. Familienamen en patroniemen:
Alle namen uit deze genealogie zijn hier alfabetisch gerangschikt. Ook de namen van personen van wie de gegevens om privacyredenen niet zijn opgenomen, zijn hier vermeld.

6. Bronvermelding.
Een overzicht van geraadpleegde bronnen.


 Print   
 Ongeschoolde arbeid Minimize

Bij de meeste afstammelingen van Albert en Roelofje vinden we een vrij algemene beroepsaanduiding: arbeider. Als het beroep van de vrouwen wordt vermeld bij het huwelijk dan is het bijna zonder uitzondering dienstmeid of arbeidster.
Meer specifieke informatie over hun werkzaamheden is eigenlijk nooit voorhanden. Soms wordt de aanduiding dagloner gebruikt, een andere keer boer, boerenknecht of landarbeider, maar daar blijft het eigenlijk wel bij.
Niet zo heel vreemd als we bijvoorbeeld kijken naar de volkstellingsgegevens van Steenwijkerwold in 1795, dan blijkt  20 % van de hoofdbewoners geregistreerd te zijn met het beroep arbeider. Rekenen we ook de beroepscategorie ‘boer’ daarbij dan gaat het zelfs om 70 % van de hoofdbewoners.
Uit de volkstellingsgegevens van Zuidveen in 1795 blijkt dat er 114 huisgezinnen zijn, bestaande uit 486 personen. Van de hoofdbewoners worden de volgende beroepen genoteerd:

boer 44  spinster 1
arbeider 18  turfschipper 1
turfmaker 11  pander 1
wever 7  kuiper 1
kleermaker 4  voerman 1
bezemmaker 5  gealimenteerde 1
rentenier 2  kleinsmid 1
schoolmeester 1

 matmaker

1
timmerman 3  amptsdienaar 1
bezembinder 2  garenverkoper 1
schoenmaker 2  slagter 1
bakker 2    
koopman 2  totaal 114

  


In zijn 'Aardrijkskundig Woordboek der Nederlanden' geeft A.J. van der Aa een beschrijving van een opvallende economische activiteit in het Steenwijkerwold van het midden van de negentiende eeuw: 
'Goede verdiensten heeft men door het opdelven en kortslaan van keien of veldsteenen, welke in de omstreken bij menigte gevonden worden, en waaruit ook een vrij belangrijke tak van handel voortspruit. Meer dan 4000 lasten werden alleen in 1835 van daar vervoerd. Onder deze steenen worden eenige aangetroffen van eene verbazende grootte. Zoo werd er op de Woudberg, volgens het verslag van Gedeputeerde Staten van Overijssel, een gevonden van ruim 20.000 pond zwaarte. Voorts wordt er in den bodem, die gedeeltelijk heuvelachtig is, kryt, vuursteenen, ook wel agaat en oer aangetroffen.'

Een enkele keer duikt er in de familiegeschiedenis een opvallende uitzondering op in die nogal eensluidende lijst van beroepen. Zo wordt het beroep van Jan Spin (IV.j) bij zijn huwelijk in 1869 aangeduid als scheepsjager, een zwaar beroep dat verdween toen de scheepvaart gemotoriseerd werd. De scheepsjager werd door een schipper ingehuurd om zijn zeilvrachtschip door de smalle kanalen en vaarten te trekken. Dikwijls trok de scheepsjager het schip zelf, soms beschikte hij over een paard.

In de overlijdensakte van Jacob Alberts Spin (IV.x) in 1888 wordt als beroep tolgaarder opgegeven. Tolwegen waren een vrij gebruikelijk fenomeen, bedoeld om het onderhoud van wegen te bekostigen. De tolweg lag meestal aan het begin van een stad en werd ’s nachts soms afgesloten met een slagboom. Niet-inwoners betaalden tol aan de tolgaarder, die door de gemeente werd aangesteld of ingehuurd.


 Print   
Copyright 2008 by Johan Spin